Goede autobanden maken iedere rit veiliger
Je auto raakt de weg op vier plekken, elk ongeveer zo groot als een A5’tje. Alles wat je auto doet, sturen, remmen, versnellen, gaat door die vier vlakjes rubber. Toch kijken de meeste mensen pas naar hun banden als er een lampje gaat branden of als de APK eraan komt. Zonde, want juist banden bepalen of je op een natte afrit binnen de bocht blijft of niet.
Grip bij regen is een kwestie van waterafvoer
Op een droge weg doet bijna elke band het goed. Het verschil ontstaat zodra het regent. De groeven in je loopvlak moeten het water wegpompen dat tussen band en asfalt zit. Bij 80 kilometer per uur verwerkt één band daarbij tientallen liters water per minuut. Zijn die groeven ondiep geworden, dan kan de band dat water niet meer kwijt en gaat hij erop drijven. Dat heet aquaplaning, en je merkt het doordat het stuur ineens licht aanvoelt en de auto niet meer reageert.
Het verraderlijke is dat een band met 2 millimeter profiel er op het oog nog prima uitziet. Droog remmen gaat ook nog prima. Pas bij een flinke bui merk je dat de remweg tientallen meters langer is geworden dan met een nieuwe band.
1,6 millimeter is een ondergrens, geen streefwaarde
In Nederland moet het profiel van een autoband minstens 1,6 millimeter diep zijn. Kom je daaronder, dan is je auto niet APK-waardig en ben je bij schade slecht af. Maar die 1,6 millimeter is het punt waarop een band officieel is afgekeurd, niet het punt waarop hij nog goed werkt.
In de praktijk houden bandenspecialisten 3 millimeter aan voor winterbanden en 2 tot 3 millimeter voor zomerbanden als moment om te gaan vervangen. Meten kan zelf: steek een euromunt in de hoofdgroef. Verdwijnt de zilveren rand niet volledig, dan zit je onder de 3 millimeter. Meer manieren om dat te controleren staan in onze uitleg over profieldiepte van banden.
Bandenspanning is het meest gevonden gebrek bij de APK
Wij analyseerden ruim 8 miljoen APK-keuringen uit de open data van de RDW. Daaruit blijkt iets opvallends: van alle bijna duizend gebrekcodes die keurmeesters kunnen invullen, wordt er geen enkele zo vaak gebruikt als “bandenspanning niet op juiste waarde”. Bijna 593.000 keer in twaalf maanden. Vaker dan een verkeerd afgesteld dimlicht, vaker dan versleten remmen. Banden zijn samen goed voor 18,3 procent van alles wat er bij de APK wordt gevonden.
Dat is geen toeval. Een band verliest vanzelf ongeveer 0,1 bar per maand, ook zonder lek. Daar komt de temperatuur bovenop: per tien graden dat het kouder wordt, zakt de druk nog eens 0,1 bar. Wie in september op de juiste spanning rijdt en er verder niet naar kijkt, rijdt in januari ruim een kwart bar te zacht.
Te zacht rijden kost je drie dingen tegelijk: meer brandstof door de hogere rolweerstand, snellere slijtage aan de schouders van de band, en een langere remweg. Te hard oppompen is trouwens ook niet slim, want dan staat alleen het midden van het loopvlak nog op de weg en neemt de grip juist af. De juiste waarde staat op de sticker in je deurpost of tankklep en verschilt per bandenmaat.
Kijk ook naar scheurtjes, bobbels en ouderdom
Profiel is niet het enige. Een bobbel in de zijwand betekent dat het karkas beschadigd is, meestal na een harde klap tegen een stoeprand of een diep gat. Zo’n band kan op snelheid ineens klappen. Fijne scheurtjes in het rubber wijzen op veroudering: rubber droogt uit, ook als de auto stilstaat.
De productiedatum staat op de zijwand als een DOT-code van vier cijfers. “2223” betekent week 22 van 2023. Banden ouder dan zes jaar verdienen extra aandacht, ouder dan tien jaar hoort er af, hoeveel profiel er ook nog op zit. Slijt een band ongelijkmatig, aan één kant meer dan aan de andere, laat dan de uitlijning nakijken.
Zomerbanden, winterbanden of all season
Het verschil zit in de rubbersamenstelling. Zomerbandenrubber wordt hard en glad onder de 7 graden. Winterbandenrubber blijft dan soepel en heeft fijne lamellen die zich in sneeuw en op nat asfalt vastbijten. Boven de 7 graden is het precies andersom: een winterband wordt week, slijt sneller en remt slechter.
All season-banden zitten daartussenin. Voor wie weinig kilometers maakt en vooral in Nederland rijdt is dat een prima compromis. Rijd je veel, of ga je in de winter de bergen in, dan zijn twee aparte sets beter. Let op als je naar Duitsland of Oostenrijk rijdt: daar geldt een winterbandenplicht bij winterse omstandigheden, en een all season-band moet dan het bergje-met-sneeuwvlok-symbool dragen.
Waar het rubber ophoudt en de techniek begint
Goede banden geven je meer marge, maar ze rijden de auto niet voor je. Hoe een voertuig reageert als je hard moet remmen, moet uitwijken of in een bocht te snel binnenkomt, is iets dat je leert. En dat verschilt sterk per voertuig.
Op een motor is dat verschil het grootst. Waar een auto vier contactvlakken heeft, heeft een motor er twee, elk ongeveer zo groot als een handpalm. Bandenspanning, profiel en de manier waarop je remt en stuurt wegen daardoor veel zwaarder door. Wie dat goed wil leren, doet er verstandig aan te beginnen bij motorrijlessen in Den Haag of bij een rijschool in de eigen regio. Daar leer je hoe je de machine beheerst, hoe je een bocht correct aansnijdt en hoe je reageert op een wegdek dat ineens verandert. Het materiaal vormt de basis, de rijvaardigheid maakt het verschil.
Wat controleren je oplevert
- Een keer per maand spanning meten op koude banden, en voor elke lange rit. Kost vijf minuten.
- Elk kwartaal het profiel meten met een muntje of een profieldieptemeter, op drie plekken per band.
- Bij elke wisselbeurt vragen om uitbalanceren en uitlijnen. Trillingen in het stuur zijn zelden onschuldig.
- In oktober extra bijpompen. Daar zit de grootste winst, want dan begint de koude periode waarin de druk vanzelf wegzakt.
Wacht niet tot een band op is. De goedkoopste kilometers rijd je op banden die goed zijn opgepompt en op tijd worden vervangen, en het scheelt je ergens onderweg misschien een keer een ongeluk.
Ivan van Harten (1969) is hoofdauteur van Autobandenkennis.nl. Met ruim 30 jaar ervaring in de Nederlandse bandenbranche behoort Ivan tot de gevestigde experts op het gebied van bandentechniek, bandenspanning en bandenkeuze.
Zijn loopbaan begon in 1992 als monteur bij een familiebedrijf in Eindhoven, waar hij snel doorgroeide tot bandenspecialist. Tussen 2001 en 2009 werkte hij als technisch hoofd bij een grote bandenketen met verantwoordelijkheid voor inkoop, opleidingen en technische adviezen voor 18 vestigingen. Sinds 2010 is Ivan zelfstandig technisch adviseur en schrijft hij voor diverse vakbladen en consumentensites.
Specialismen: bandenspanning per voertuigtype, EV en hybride banden, runflat technologie, TPMS systemen, en de impact van bandkeuze op brandstofverbruik en bereik bij elektrische auto’s. Ivan rijdt zelf in een Volvo V70 (winter) en een Tesla Model 3 (zomer) en heeft daardoor uit eerste hand ervaring met zowel klassiek als modern bandengebruik.
Aangesloten bij VACO (Vereniging van importeurs en grossiers in autobanden), bezit het IBT bandenspecialist certificaat en heeft cursussen gevolgd bij Continental, Michelin en Bridgestone Europa.
Op Autobandenkennis.nl publiceert Ivan sinds 2014 wekelijks artikelen met als doel helder, eerlijk en praktisch advies over autobanden, zonder verkooppraat. Vragen aan Ivan? Mail via het contactformulier.